verzamelde schrijfsels 
verzamelde twijfsels 
verzameld verdriet 
verzamelde lied 
verzamelde troosten 
verzamelde toasten 
verzameld gesnik 
dit ben ik.. 
 
 Enter

 Enter

 

 

Lief -  18 maart  2002 

 

Laat me van je liefdes bron proeven

In je tuin van genot vertoeven

Je heerlijke naakte geur opsnuivend

Het zaat van de ware liefde verstuivend

Laat me je strelen als een lentebries

Je holtes en heuvels je venus en lies

Van Adams tot Achiles' alles bekoren

Als of we voor altijd elkaar toebehoren.

 

 

 

Senneke

 

 

 

Snollen, bollen, rollen, tollen

lachen kirren lallen.

Wankelend naar je speelgoed hollen

en dan plots weer vallen.

Kruipen, trekken, recht en hop

tegen een tafel poot.

Nog even lijk je op een pop

maar straks dan ben je groot.

 

 

(Ik weet niet meer wanneer ik dit juist geschreven heb, ik schat 1994)

 

 

 

Chimbalongo's lach liedje

 

Soms is het leven hard
Vol met snottebellen smart
Soms heb je echt geen zin om op te staan
Maar hoe beu je het ook bent
’t is een fluitje van een cent
Je zingt gewoon dit liedje met ons mee

Het leven is veel mooier als je lacht…

Van hele dagen regen
Word je soms zo halfbelegen
Je hoofd voelt soms vol gaten net als kaas
Maar na elke regendag
Toont de zon toch weer haar lach
Dus zing gewoon dit liedje met ons mee

Het leven is veel mooier als je lacht…

(uit mijnen scouts tijd geschreven voor mijn kapoentjes)

 

Afscheid


 
 

Wanneer ik er straks niet meer zal zijn
dan wil ik niet dat je om me huilt
dan wil ik dat je lacht en zingt
en nooit meer voor de regen schuilt.
Wanneer ik er straks niet meer zal zijn
vlieg dan heel hoog in een luchtballon
en zie dan zelfs wanneer het regent
schijnt achter elke wolk de zon.
4 februari 2002



 

Dag bloem van zeven lentes,


 
 


Dag bloem van zeven lentes
Zachtjes ga je weg
Je laat je hoofdje hangen
Er wordt om jou getreurd
Het was een kort seizoen
En ook al bloeien volgend jaar
Duizend bloemen daar
Aan jou zal ik dan denken
Dag bloem van zeven lentes,



 

Dag bloem van 15 lentes


 
 

Dag bloem van 15 lentes
zachtjes ging je dood in mij
ik heb nog lang om je getreurd
maar ook al bloeien volgend jaar
honderd duizend bloemen daar
aan jou zal ik dan denken
dag bloem van 15 lentes
zachtjes ga ik dood aan jou
als of het nooit meer lente wordt
er is geen kleur meer zwart of wit
enkel nog wat grijs..




 

Decemberstormen,


 
 

Decemberstormen zullen weldra op de boegen slaan
En breken wat niet buigen wil
In wildgeraas de duiventil doen zwoegen en doen kraken
De haan doen tollen op de kerk
De fietser tegen windstoot op het evenwicht bewaren
En als hij gaat bedaren
Dan valt hij op een wol tapijt van zachte witte sneeuw 



 

De stervende (11 februari)

 

En toen ging hij liggen in het gras
één met de klavers en de spinnen
verlangend naar de zachte warmte
van het lieve zoete minnen.
Wist hij nog wat liefde was
het was al zolang geleden
bij zoute tranen mengend met douw
dacht hij terug aan dat verre verleden
nog een keer vroeg hij zich af, waarom?
was zijn hart soms veel te groot?
een laatste zucht verbrak de stilte
en toen was hij dood.

Soms heb ik ook zin om te sterven
in het gras net zoals hij
badend in het ochtend douw
onder de warme zon in mei.
Maar wat als er toch nog iemand is
die zegt: " ik zie je graag"
misschien morgen, misschien volgende week
wie weet misschien nog vandaag.

 

De Vliegende Hollander (25 februari)

 

Dit is het verhaal van kapitein Willem Van Der Decken

Die op Paasdag met stormweer naar Oost-IndiŽ wou vertrekken

Met zijn schip dat men De Vliegende Hollander had genoemd

En dat al bij het vertrek door de kapitein werd verdoemd

De storm sloeg meters hoge golven stuk tegen de boeg

Terwijl de huilende wind als een spook door de touwen joeg

Vol angst vroeg de bemanning nog wat uitstel van vertrek

Maar met bulderende stem verscheen de kapitein aan dek

Ik zweer al moest ik doorvaren tot in de eeuwigheid

Hijst het vaan en licht het anker ik vertrek op tijd

De wind sloeg in de zeilen harder nog dan windkracht tien

En sinds die dag werd geen van hen nog levend weergezien 

Nu nog langs Kaap De Goede Hoop waar 't schip moet zijn vergaan

Wordt soms een spokend schip gezien verwoest door een orkaan

Nog steeds doemt 't aan de horizon op een schip in rode gloed

Het schip dat to in eeuwigheid de storm trotseren moed.

 

Dood


 
 
 

Kom zachte dood
naargeestig wicht
spuw je gal uit
toon je ware gezicht
haal me vermaal me
tot stof en as
je sloeg àl mijn dromen
aan diggelen als glas.
Kom dan en aarzel niet
mager Hein
maak nu een einde
aan de pijn
de pijn van de eenzaamheid
die je me bracht
doe het snel
maar doe het zacht.




 

Er was eens…


 
 
 
 

Er was eens een klein huisje
Dat op een heuvelstond
Er naast 2 oude bomen
Er voor een lapje grond
Daar woonde een oudje
Van meer dan 100 jaar
Hij hield van zijn 2 bomen
Een appel en een perelaar
Die bloeiden al een eeuw lang
Van toen hij noch een kind was
Elk jaar weer in de zomer
Appels en peren in het gras
En laatst was het weer zomer
Maar de bomen bleven kaal
Ze stirven met het oudje
Aan’t eind van dit verhaal





 

Gebedje voor het slapen gaan


 
 
 

Zijn het de sterren, is het de maan,
het lijkt alsof ze er zo eenzaam staan,
of is het de regen of is het de wind,
net of geen van hen troost of rust vindt,
die mij telkens weer als ik droevig ben,
doen nadenken of ik geen gebedje ken.
Het geeft me weer hoop en doet me beloven
steeds in het goede in de mens te geloven...

18 april 2001 01u21 
 
 
 
 

 

Gouden Zon


 
 
 
 

Gouden zon
o luchtballon
ik wou dat ik
je tikken kon
maar 'k zou men vingers branden
Gouden zon
o fruitbonbon
ik wou dar ik
je proeven kon
maar 'k zou men tong verbranden





 

Het Clowntje


 
 
 
 

Er woont een clowntje in men hart
een heel klein lief pieroke
het weent zijn traantjes wit en zwart
zijn hartje is gebroken
elke nacht denkt hij aan haar
verlangend naar haar armen
en hoopt dat op een dag voorwaar
hij zich daar weer kan warmen.
(23 januari 2001)





 

Het leven volgens D.


 
 

Op een ochtend was ik onderweg naar D.. Het was een flink eind stappen. Toen ik door het bos liep, zag ik plots voor me een brontosaurus de struiken in rennen. Waarschijnlijk was hij geschrokken van mijn ongewone aanwezigheid. Rustverstoorder hoorde ik hem nog roepen. Zo voelde ik me ook maar ik dacht, ach zo is het leven nu een maal. Toen ik het bos eindelijk uit kwam werd ik bijna omver gereden door een voorbijfietsende Velosauriër die me op zijn fiets wankelend uitsnauwde dat ik maar beter uit men doppen moest kijken, lomperik. Zo voelde ik me ook maar ik dacht, ach zo is het leven.
Toen ik rustig de straat voor D. ’s huis overstak hield ik een T-Rex op in zen ouwe Ford. Haast je toch man, de straat is niet van jou alleen egotripper, schold hij, en zo voelde ik mij ook maar zo is nou eenmaal het leven dacht ik.
Ik belde aan en D. deed open. Terwijl ze me binnen liet zei ze, vandaag laat ik je zien wat het leven is.
Op de keukentafel lag een appel. Kijk zei ze, het leven kan je vergelijken met die appel. Je kan hem zo laten liggen. Na een tijd begint hij te rotten en heb je er niets meer aan. Je kan hem ook op eten. Dan doe je er iets mee.
Ik vond appels best lekker en at  hem op want van dat lange stappen had ik honger gekregen. Ik had best zin in nog een appel maar D. zei dat ik de laatste appel opgegeten had. Schoefel, lachte ze en  kuste me. Ik dacht, als dit het leven is valt het leven best mee.
 
 

 

Invictus


 
 
 

 

Hoog verheven stond gij daar
O held van al wat leeft
In strijd en slag hebt gij voorwaar
Nooit voor de dood gebeefd
De strijd was het leven
Het leven de strijd
Immer met het hoofd geheven
Steeds even toegewijd
Was jij de onverslagen krijger
Nimmer ging jij neer
Tot eindelijk in wild gesteiger
Je hard begaf het heer,




 

Kampvuur

 
Samen liggen we naast elkaar
Rond het smeulende vuur
En met het vuur dat zachtjes dooft
Komt stilaan het besef dat het uur
Van afscheid heel dicht bij is.

Ik krijg het even moeilijk
Maar het is nog niet voorbij
De tranen wachten in men ogen
En even ben ik blij
Dat het donker is.

Nog even heerst de groepsgeest
Als zijn we aan elkaar geklit
Maar bij het breken van de dag
En na het laatste gelid
Nemen we afscheid.

‘t Is net als Christus en zijn  vrienden
Brood deelden bij het avondmaal
Alleen delen wij het vuur
Het is een heel ander verhaal
Vrienden van het laatste uur.

En we zingen, hier staat tot afscheid
Weer bijeen  rond het vuur geschaard
Voor ieder van ons blijft zo’ n moment
Toch steeds de moeite waard
We keren volgend jaar weer… 
 
 
 

 

Morgen

 

Morgen sta ik op en kijk door het raam
Eerst zal ik mist zien
Daarna alle huizen
Zoals ze er altijd al stonden
En als ik heel goed kijk
Zal ik een klein vogeltje zien zingen
Terwijl het staat te springen
Om warm te krijgen in de kou,



 

Novemberstormen,

Door wind en door regen door bliksem en donder
Volstrekt zich het grote natuurlijke wonder
Dat bomen doet kalen novembermaand door
De huilende winden van het herfstekoor
Dat vriezen doet kraken en misten verdwaalt
Het grote mysterie dat weer verhaald
De boden bazuinen weldra de troning
Van zijnen majesteit Winter den Koning,
 
 
 

 

Olec popov


 
 
 

 

Hij zet zen hoed heel even af
En veegt met en doekje uit z’n zak
Heel even over z’n kale hoofd
En stopt ‘m dan weer in z’n pak
Wat droevig kijkt hij door de spiegel
In z’n oude grijze ogen
Naar z’n rode dikke neus
En denkt dan rustig overwogen
Aan die tijd in de arena
Toen hij nog soepel kon bewegen
Zonder spierpijn grappen maken
Snoeten gek of soms verlegen
Toen het publiek nog echt kon lachen
En zich liet meeslepen vol sentiment
Ach de tijden zijn ook voor clowns
Veranderd in de circustent,




 

Ontwaken,


 
 
 
 

 

Wanneer de zon opgaat
Zal ik naast jou ontwaken
je gezicht dat in haar stralen baadt
heel zachtjes aanraken
dan zal ik zoals elke ochtend
fluisteren in je oor
maak je maar geen zorgen schat
de nacht is er vandoor,




 

Parabel van het wolkje,


 
 
 

 

Het was een heel klein wolkje
Dat aan de hemel stond
Zo klein dat tussen al dat blauw
Niemand het zag of vond
Bij avond kwamen grote wolken
Strijden met elkaar
Ze brachten in hun oorlogszuchtig onweren
Het wolkje in gevaar
Het werd geduwd doorheen geschud
Tot het dan toch verdween
En zo kwam het dat ‘s ochtends
De zon zo eenzaam scheen,




 

Spiegel


 
 

 

Ik heb al mijn woorden verloren
En vooral de moed om verder te schrijven
Ik heb men gezicht verloren
En de zin om in leven te blijven
Ik heb men geloof verloren
En de kracht om terug te slaan
Ik heb de vechtlust verloren
En de hardheid om door te gaan
Ik heb al mijn tranen verloren
Want die zijn allang opgedroogd
Ik heb al mijn denken verloren
Want ik heb enkel nog een leeg hoofd
Ik heb zelfs mezelf verloren
Want ik herken mezelf niet meer
Ik heb jou verloren
En dat doet nog het meeste zeer




 

Toon...


 
 
 
 


Ga nu heen en rust wat uit
en laat me je steeds herinneren
als de hoop en de wijsheid
een lach en een traan
en laat me eeuwig verder gaan met wat je me hebt geleerd
dat waarheen de tijd  met mij ook vaart
een glimlach is veel meer
dan een gouden horloge waard

Toon Hermans is niet meer, 27-04-2001 
 
 
 

 

Tranendal

 
 

Welkom 
in het tranendal 
van mijn ogen 
Waar ben je 
galmt een echo 
één keer 
daarna blijft hij 
eenzaam achter 
Leegte 
is alles 
wat overblijft 
de stilte 
wordt luider nu 
en galmt 
als ware het 
Gods eigen stem 
die fluisterend 
niets zegt.
 
 
 
 
 

Troost,


 
 
 


Ga naar de zon
En vraag haar wat warmte
Ga naar de maan
En vraag hem wat licht
Ga naar de sterren
En vraag hen een lied
Kom dan bij mij
En vergeet je verdriet,




 

Utopia

 

Als ik door het park wandel zie ik ze

Zij glimlacht zacht

geniet van zijn streling

en het gevoel om verliefd te zijn

Dit heeft ze nog nooit gevoeld

hij ook niet

maar op de bank in het park

voelen ze samen

de magie van het leven

Er zijn alleen nog maar mooie dingen

het gras, bomen bladeren 

en de wind die met ze speelt

en hen door hun haren streelt

 

Hij weet het nog niet 

maar vanavond 

zal ze hem verleiden

en daarna zal ze geloven in de utopie

dat ze voorgoed samen zullen zijn

Misschien sterft ze morgen al 

of op een dag 

samen met het besef

dat mooie dingen ergens ophouden 

net als een droom

Doe het niet! Het leven is niet mooi!

Wil ik hen toeroepen

maar ik zwijg en loop door.

Misschien vinden zij

wel Utopia 

en staat het morgen in de krant

Ik hoop het 

maar ik twijfel

Ik twijfel zoals altijd

Hoe kan je Utopia vinden als je twijfelt?

Ik draai me om en roep

Twijfel niet, twijfel nooit..

 

Vlaanderen

 

 

Als ik Gezelle, Klaas lees, Consiance of De Pillicijn 

Droom ik vaak weg en wou dat ik in hun Vlaanderen kon zijn

Dan hoor ik vogels kwintelieren krinkelende winkellende kabbelen

en zie de koeien in de wei lieflijk gras staan knabbelen

Ik zie kinderen spelen vrolijk vrij en onbezonnen

terwijl de boeren op het veld met oogsten zijn begonnen

Dan zie ik God en heel zijn schepping, tot mijn grote spijt,

vergane trots en glorie uit een lang vervlogen tijd.