De Mandara

In de krant leest Jeroentje Kapoentje een heel vreemd verhaal en hij denkt er het zijne van..


't Staat in de krant in grote letters
Geloven wie 't geloven wil
Brokken puin gensters en spetters
Vertel het door of hou het stil
Kleine Jeroen heeft het ook gelezen
En denkt er nu diep over na
Het moet een monster zijn gewezen
Misschien is het wel een Mandara

Een mandara zal je nu wel vragen
Wat is dat weer voor een beest
Ik zal het vertellen maar morgen niet klagen
Dat je vannacht bang bent geweest

De Mandara is een heel groot monster
Met een reuze lange staart
Waarmee hij beslist met een opdonder
Een heel dorp weg veegt van de kaart

Hij heeft twee grote flapper oren
En stinkt verschrikkelijk uit z'n bek
Durf hem niet in z'n slaap te storen
Want dan wordt hij helemaal gek

Van woede denk je? Nee van schrik
Want in het donker is hij bang
Dan is hij helemaal uit z'n schik
En jammert wat is de nacht toch lang

Dan staat hij 's ochtends heel laat op
Met een verschrikkelijk slecht humeur
Je ziet dat het beste aan z'n kop
Die ziet dan gruw grijs geel van kleur

Maar als hij in z'n nopjes is
En heus dat valt ook wel eens voor
Dan ruikt z'n adem naar rotte vis
En z'n winden naar stinkende moor

Dat komt door al dat vele eten
Zonder kouwen ingeslikt
Z'n arme moeder moest het weten
Een wonder dat hij noch niet is gestikt

En niet te geloven, onbeleefd
Nooit zegt hij na een boer pardon
Alleen als ma draak 't heeft gehoord
Dan roept hij snel prdon men neus staat krom

Hij is dus vies humeurig onbeleefd
En verschrikkelijk sterk en groot
Geen wonder dat men er schrik van heeft
Wie hem ziet schrikt zich vast dood

Dat denk je maar, je weet noch niet
Wat Mandaras 't meeste hinderen
't Is hun aller grootst verdriet
Ze hebben schrik van kinderen

't Staat dus echt in de krant ja ja
spetters gensters stenen en brokken
Jeroen is nu zeker 't is een Mandara
Die van een kind is geschrokken

Hij trekt een heel tevreden blik
En doet gouw z'n pyjama aan
Jeroentje kapoentje heeft nooit schrik
Denkt hij, zelfs niet als hij slapen moet gaan

Hij geeft elke leider en leidster vooral
Een dikke knuffel en een zoentje
Z'n ogen vallen dicht Jeroen slaapt al
Slaapwel Jeroentje kapoentje.

 




Terug naar

verhalen lijst