Krankjorum

Op een van zijn verre reizen kwam leider Jeroen in een wel heel vreemd land terecht..


Een Verhaal zei je, jullie willen een verhaal horen.
Wel Luister ik heb al heel wat verhalen verteld, sprookjes. Maar dit verhaal is echt gebeurd. Ik heb het namelijk zelf meegemaakt. Op mijn vroegere reizen door de wereld heb ik vele landen bezocht waar jullie waarschijnlijk nog nooit van gehoord hebben. Meestal gaat het om hele kleine landjes waar de inwoners gewoon leven net zoals hier. Een land zal ik echter nooit vergeten. Krankjorum. Het land was zo klein dat je t nauwelijks een land kon noemen. Het was maar zo groot als ons dorp. Er leefden amper 100 inwoners en als ik er een normaal mens ben tegen gekomen dan heb ik dat zowaar zelf niet eens gemerkt. Het begon al bij de grens. Daar ontmoette ik Bordar. Douanier van beroep. Altijd wakker en klaar voor de soep. Dat was zijn lijfspreuk. Als je het land in of uit wou moest je langs Bordar. Bordar speelde zelf voor grenspaal. Men had namelijk al 2 maal de echte paal gestolen. Waarom ? Dat weet geen mens, want wie verzameld er nu grenspalen.
Je moest als je Bordar passeerde 10$ betalen. Een briefje graag riep hij dan vrolijk, Dankjewel ! En de papieren meneer, dankjeblief. Dan nam hij zen pen en schreef je naam en geboorte datum over op het 10$ biljet. Zo wist hij steeds wie er in het land was en wie niet. Als je dan weer naar buiten wou dan kreeg je datzelfde 10$ biljet weer terug. Hij scheurde er enkel een heel klein stukje af. 1% bezoekerstol voor de staatskas, riep hij dan. Alstuwelbeliefd !
Bordar riep altijd ! Dat deed hij omdat hij dan zeker was dat je hem kon horen. Zo vermijd je alle problemen.
Bordar was niet de enige rare jonge in krankjorum. In de plaatselijke herberg zaten noch meer van die gekke figuren. Een van hen was de president van Krankjorum. Het was een al wat oudere dikke gezellige man met een dikke rode neus. Meneer Chief.
Omdat er geen paleis was in Krankjorum en ook geen regerings gebouw zat hij steeds samen met zijn zeven ministers in de Herberg waar dan ook alle problemen van het land werden besproken.
De Zeven ministers ?
De Heer Primer was eerste minister, Dat was zo om dat hij na de president de oudste van krankjorum was.
Dan was er Mevrouw Eetmalen, Minister van Voedingswaren en drankbrouwgevallen.
De Heer Otto Car Was Minister van verkeerssituaties en uitlaatgassen.
Dan had je de heer Van Schietgeweer voor Landsverdediging.
Mevrouw Lecolle Minister van onderwijs en Meneer Etrangeer van buitenlandse betrekkingen.
Tenslotte was er nog minister van speelgelegenheden. Dat was Fientje Kluts. Ze was pas zes geworden en dus volgens de wetten van Krankjorum oud genoeg voor een ministerpost.
Tijdens de vergaderingen werd er natuurlijk veel wijn gedronken want dat was de beleefdheid en ook elke dag de oorzaak dat op Fientje na die noch te jong was om wijn te drinken en dus enkel chocolademelk dronk, elke minister stom dronken naar huis moest. De president had gelukkig een kamer in de herberg anders zou deze nooit thuis geraakt zijn want van al dat drinken zwelde zijn neus namelijk steeds heel erg op waardoor hij 's avonds bijna niets meer kon zien en wat hij dan noch zag zag hij meestal 3 dubbel van dronkenschap.
Verder was er nog Flurk De plaatselijke agent. Hij was eigenlijk Politie agent, Leger en hoofd van de brandweer.
Dat kon hij gemakkelijk alleen want er was in Krankjorum zo weinig te doen dat hij meer lag te slapen. Soms stond hij gewoon uit verveling het verkeer te regelen. Dan trommelde hij wat kinderen bij elkaar en die moesten dan alsmaar rondjes fietsen want Auto's waren verboden in Krankjorum. Als iedereen na een tijdje uitgefietst was reden ze naar het dorpsplein waar iedereen uit zijn kleren recht de dorps vijver in sprong.
Dat mocht want dat staat zo in de Wet. Daarvoor had Fientje Kluts gezorgd. Het is de kinderen heden ten dagen en voor den rest inder eeuwen toegelaten tot de leeftijd waarop zij zichzelf te oud achten na het verkeersspel te baden in de plaatselijke dorps vijvers en dit van de periode gelegen tussen 1 januari en 31 december dus enkel tijdens de vakantie periode. Einde citaat.
Zo was dat. In Krankjorum was het het hele jaar door vakantie. Het was er ook het hele jaar door lekker warm. Te warm om in een klaslokaal te zitten. Hoe leerden ze dan schrijven, Vraag je je nu wel af. En rekenen.
Wel De kinderen hielden van schooltje spelen en dat speelden ze zo vaak dat iedereen op zen 6de al kon schrijven met twee handen tegelijk. Op hun 8ste rekenden ze al sneller dan een computer. En wie op zijn 18de niets van dit alles kon die vroeg het gewoon aan iemand die het wel kon. Dat was Wet. Je bent verplicht als je iets niet weet het te vragen aan de mede burger ongeacht de leeftijd of het geslacht. Zo staat dat geschreven en zo moet dat ook zijn. Einde citaat.
Er waren noch wel meer rare wetten.
Zo was het ondermeer verplicht op zondag de krant omgekeerd te lezen.
Er kwam namelijk op zondag nooit een krant uit. Daarom moest je de krant van zaterdag omgekeerd lezen. Zodat de je de goeie gewoonte van het kranten lezen niet op een dag zou verleren.
Een maal in de week op vrijdag was het de Krankjorissen verboden om met mes en vork te eten. Dit was zo om de mensen te herinneren aan de heer fourchet die volgens de geschriften het bestek pas op zaterdag uitvond waardoor er ooit op de vrijdag voor het laatst een dag was waarop men niet wist wat een Bestek was.
Autos zoals ik al vertelde waren ook verboden en dat kwam om dat de minister van verkeerssituaties en uitlaatgassen ooit 4 dagen in bed heeft gelegen met een kater nadat hij stomdronken de enige wagen van Krankjorum tegen de vredesboom had geparkeerd in het midden van Krankjorum. Pertotal ! !
Verder draagt iedereen verplicht een pet behalve tijdens het baden omdat je dan anders je haar niet kan wassen. Zo kan de hemel als je een pet draagt niet op je hoofd vallen.
Ik Had er graag een hele tijd doorgebracht. Die dag echter was er geen kamer meer vrij in de enige herberg en ik moest dus wel men reis voort zetten. Ik heb me nog gouw een bad gepakt in de plaatselijke vijver, want ik vond toen dat ik daar niet te oud voor was en dat vind ik nu nog

 




Terug naar

verhalen lijst